elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: mep

mep , mep , (mannelijk) , meppen , slag, klap. Hij kreeg een mep aan zijn oor.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
mep , mep , klap, slag tegen het hoofd. Zie: anwaisel.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
mep , mep , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , vgl. opmepper.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
mep , mep , klap. - Ie kreeg ’en mep om zen kop.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
mep , mep , zelfstandig naamwoord de , Ook: massa, grote hoeveelheid | Hai het ’n mep geld vongen. Zegswijze de hêle mep, de hele boel | Hai het de hêle mep verkocht. Verkleinvorm meppie. Klein beetje, scheutje. | Doen er maar ’n meppie melk bai.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
mep , mep , mup , de , meppen , Ook mup (Wes, Gie) = 1. klap Aj niet weggaot, za’k je een mep verkopen (Eke) 2. hoeveelheid (niet Kop van Drenthe) Der laag een hiele mep holt bij huus (Dwi), Za’k die ok een mep opscheppen (Bco), Ik heb de hiele mep in ien keer verkocht alles (Dwij), Hij hef er de volle mep veur ebeurd (Wsv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
mep , mep , klap
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
mep , mep , zelfstandig naamwoord , de 1. mep, klap 2. in de hiele mep alles
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal