elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: merensje

merensje , merensjes , zoogenaamde ‘lange beschuitjes’, ‘penningbeschuitjes’, naar den mageren Ds. Merens (den ouden), die later heel zwaar geworden is. Gehoord 1885.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal