elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: mul

mul , mul , (onzijdig) , stof, zand, aarde. Men zegt: turfgemul enz. Mullige aarde is losse, poreuse aarde.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
mul , mül , (bijvoeglijk naamwoord) , [weinig gebruikelijk] mulle zand.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
mul , mül , (onzijdig) , stof; türfmül.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
mul , mul , los, onsamenhangend, van kleigrond gezegd wanneer de vorst den bodem los heeft gemaakt, die daardoor gemakkelijk is te bewerken; ook Zeeland Bij Hooft: het gemelde half morghen lands, als te mul ende bros van natuire; Brieven, 358 –; Oostfriesch mol, mul. (v. Dale: mul = fijn, los, onsamenhangend, stoffig, zandachtig.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
mul , meul , moel , (bijvoeglijk naamwoord) , Daarnaast eertijds moel. – 1) Van de grond. Murw, bol, fijn en droog, zodat een kluitje dat men tussen de vingers knijpt geheel verpulvert. || Wat is de grond hier meul. Also ... oock dat de aarde seer rauw en moel was daar dezelve Dyk meede werd gemaakt en onderhouden en van deselve (daarop lopende) Beesten jaarlijks seer werd geruïneerd en bedorven, Handv. v. Assend. verv. 452 (a° 1662). 2) Van gras, vlees, enz. Zacht, murw. || ’t Gras is er niet zo meul en zacht as hier. Ziet hoe de Beesjes graazen, ook hoe in ’t Wormerveld het tierig Vee met graagt en aangename lust het meule gras afknaagt, BUTTER, De Zaan 3. Dat stuk vlees is lekker meul. – Meul is ook in de Beemster gebruikelijk (BOUMAN 68). – Vgl. voor verwante woorden FRANCK op mul en meel.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
mul , mul* , ook bij v. Dale.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
mul , mul , molm, in: turfmul. (Wdb. IX, 1228).
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
mul , mul , muul , bijvoeglijk naamwoord , Ook muul (Zuidoost-Drents veengebied) in bet. 1 = 1. rul, los Ik kwaam mit de waegen in het mulle zaand terechte (Dwi), Het land is mooi muul (Bco) 2. vermolmd (Zuidoost-Drents veengebied) Dat holt is mul (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
mul , mölle , de , möllen , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = gat in het hooi om appels te bewaren Wie hef mien appels uut de mölle ehaald (Ruw), z. ook loering
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
mul , mul , mul
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
mul , möl , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , mul , In de Zw: 'n Boen ês wie 'nne gek, ze greujt lever ién de möl es ién d'n drek: bonen groeien het beste in droge grond. (mnl. 'melm': droge aarde); stof (fijne aarde); möl (mnl. 'melm': gedroogde aarde Zw: 'n Boen ês wie 'nne gek, ze greujt lever ién de möl es ién d'n drek.; zin ambitie; möl Zw: Ich heb gèine möl mie, ich sjej oét.; stront möl (vero.)
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
mul , möl , bijvoeglijk naamwoord , mul , VB: De groond ês möl; pulverachtig möl VB: De groond ês möl, prima vuur buunsjes ién te plaante.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
mul , [zand] , mouw , (mannelijk) , mul zand , De veugel ploejere zich inne mouw: de vogels wassen zich in stoffig zand.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
mul , möl , bijvoeglijk naamwoord , mul
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal