elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: niks niet

niks niet , niksnijten , (Stad-Groningsch) = niks nijt = niets. Zie: niks.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
niks niet , niks niet , niets. Verg. Nooit niet. - Ik gĕf-ter niks niet om!
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
niks niet , niksnie nee! , helemaal niets.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
niks niet , niks neet , telwoord , niets, helemaal
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal