elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nooit niet

nooit niet , nooit niet , nooit. Zeer gewone verbinding.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
nooit niet , noots neit , nooit niet.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
nooit niet , nwôôtnie , nooit of te nimmer. in de uitdrukking “iek zen nwôôtnie verkouwe”, “ik ben nooit verkou­ den”, “amme nwôôtnie”, “nooit van m’n leven”.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
nooit niet , noeët neet , noeëts neet , bijwoord , nooit
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal