elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: papenstoel

papenstoel , papestoelen , de paardebloem. (Heukels 250).
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
papenstoel , papestoel , zelfstandig naamwoord , paardebloem (KRS: Lang, Coth, Werk, Bunn, Hout)
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal