elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pestkop

pestkop , peskop , lastig, onaangenaam, plaagziek persoon. - ʼt Is zon peskop! Verg. v. Schothorst 183.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
pestkop , pestkop , pestkont , de , Ook pestkont (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) = pestkop Een pestkop is iene, die perbeert um altied ruzie te maken, altied tegen de draod in is en mit allerhande kleine geniepigheidjes een aander het leven zoer maakt (Geb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pestkop , peskòp , pestkòp , treiteraar
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
pestkop , péskop , zelfstandig naamwoord mannelijk , pésköp , pésköpke , treiteraar , VB: Dè péskoop ês eleng mer drop oét vuur de lûi te doén doedvalle.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal