elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: psalm

psalm , psalms , psalmen, bij de Hervormden in gebruik; zij het ’n kerkbouk mit psalms en gezangen; in de Kokse kerk zingen ze niks anders as psalms.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
psalm , pĕsálm , pĕsállĕm
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
psalm , psalm , de , psalms, psalmen , 1. psalm In de kerk zing wij eerst een psalm en dan de gezangen (Exl), Kun ie zien, welke psalm op het bord staot? (Mep), Psalm 100, vers diklip zomaar een onzinnig gezegde (Sle), ook Psalm 119, vers diklip (Sti) 2. in psalm 119 spotnaam voor iets langs (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) Ze woont op psalm 119 aan een lange weg (Pes), Nou gauw psalm 119 zingen met de jas uut en de pet of, want dat duurt nogal even (Schn), (...) wel ies heurd dat as ie mit het eerste varsie van psalm 119 begunden veuran het Ellertsveld, dan waren ie bij het leste varsie an de aandere kaante van het Ellertsveld ankommen (Geb), of As ij van Borger naor Rolde fietsten, kunden ij net psalm 119 zingen (Bor), De Braombarger weg nuum wij psalm 119 (Hol), Dat is zo’n lange vent, het is net psalm 119 (Hijk), Psalm 119 is een ende zunder end (Zey) 3. van een persoon (Zuidoost-Drents zandgebied) Een lange psalm is een lange vent (Man) *Psalm 101 / O Heer, wat bin ik snötterig / Ik kan oet mien ogen neit zein (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
psalm , pesalm , (Gunninks woordenlijst van 1908) psalm
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
psalm , psalm , zelfstandig naamwoord , de; psalm; snot psalm 88 gezegd als iemand zeurt, zielig doet, nl. om iets voor elkaar te krijgen, psalm 119 een lange persoon, ook: een ellenlang verhaal
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
psalm , psalm , (zelfstandig naamwoord) , psalms , psalm.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
psalm , zalm , psalm; zalmpje, psalmversje (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal