elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rapklomp

rapklomp , rapklomp , gebarsten klomp, en vandaar voor een gebarsten of beschadigd voorwerp van sieraad enz., een ‘mispronk’ (Leiden). - Da’s je ook ʼen rapklomp (b.v. die gebarsten vaas); zouwe die maar niet ʼes in de vullesbak doen?
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
rapklomp , rapkloomp , met nen rapkloomp loopm, naar de vroedvrouw lopen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
rapklomp , rapklomp , klomp waar een barst in zit.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
rapklomp , rapklomp , gebarsten klomp.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
rapklomp , rapklomp , klomp met een barst. Met de rapklomp loopm, (haastig de hulp van de vroedvrouw inroepen).
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal