elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rechtevoort

rechtevoort , rechtevoort , tegenwoordig, in dezen tijd.
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
rechtevoort , rechtevoort , Thands, tegenwoordig. Mellema, den schat der Duitscher Tale, 1618, rechtevoort, maintenant, à c’est heure.
Bron: Buser, T.H. (1856-1861), ‘Geldersch Taaleigen’, in: De Nederlandsche Taal 1856, 1: 13-17, 163-188; 1857, 2: 194-217; 1858, 3: 271-278; 1859, 4: 186-197; 1861, 6: 61-68.
rechtevoort , rechtevoort , (bijwoord) , eigenlijk, thans.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
rechtevoort , rechtevoort , (bijwoord) , Thans, op het ogenblik; aanstonds, terstond. || Een koopvrouw vraagt aan de deur: “Is er nog iets nodig?” “Nee, rechtevoort niet.” Ik zel der rechtevoort henengaan. Rechtevoort kom ik bij je. – Het woord is gewestelijk ook elders in Holl. en in Gelderl. nog bekend. Vroeger was het zeer gewoon; vgl. de plaatsen uit de Staten-Bijbel, uit HOOFT, HUGO DE GROOT, enz. bij OUDEMANS 5, 808 vlgg. en uit VONDEL in Taalgids 7, 292. Het woord wordt ook door PLANTIJN en KIL. vermeld en komt in de Middeleeuwen o.a. voor in de Leid. Keurb. (Gloss. 585).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
rechtevoort , rechtevoort , eigenlijk, welbeschouwd, ronduit gezegd; om zoo te zeggen; als ik ʼt zeggen zal (of moet); en derg. ʼt Is rechtevoort jammer. Verg. v. Schothorst 189.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
rechtevoort , rechtevoort , tegenwoordig. In disse tied.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
rechtevoort , rechtevoort , bijwoord , in de tegenwoordige tijd
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
rechtevoort , rechtevoort , bijwoord , Tegenwoordig, heden (verouderd). | ’t Is rechtevoort ’n rare wirreld.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
rechtevoort , rechtevorts , rechtevoort, rechtevort , bijwoord , (KRS: Lang, Werk; LPW: Lop), rechtevort (KRS: Lang), rechtevoort (LPW: IJss, Mont, Bens, Lop, Cab, Pols) 1. gewoonlijk, voortdurend (KRS: Lang, Werk) 2. (bw) tegenwoordig (LPW: IJss, Mont, Bens, Lop, Cab, Pols) Veelal kent men het woord rechtevoort in de een of andere vorm wel, maar de betekenis is doorgaans volkomen verloren gegaan. Misschien had het woord ook vroeger al geen duidelijke betekenis, en werd het meer terloops gebruikt. Van Dale (1992, p. 2475) die onder andere de betekenis ‘tegenwoordig’ noemt, geeft tevens aan dat het woord wel als stopwoord (‘zogezegd, eigenlijk’) wordt gebruikt. In de vorm rechtevoort komt dit woord in de Vechtstreek voor (Van Veen 1989, p. 107). De Krimpenerwaard heeft rechtwoordig (Van der Ent 1988, p. 91), een contaminatie van rechtevoort en tegenwoordig . Ook Gouda heeft rechtewoordig , dat overigens verouderd genoemd wordt (Lafeber 1967, p. 151). Van Dale (1992, p. 2475) noemt het woord gewestelijk, maar het moet dan wel een enorme verbreiding hebben, want uit de oostelijke dialecten ken ik het ook wel.
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
rechtevoort , [tegenwoordig] , rechtevoort , rechtervoort , tegenwoordig.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
rechtevoort , rechtervoort , tegenwoordig.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
rechtevoort , rechtevoort , revoort , bijwoord , Ook revoort in bet 3. (Zuidoost-Drents zandgebied, dva) = 1. direct, dadelijk (Zuidwest-Drenthe, zuid) Hij hef er rechtevoort gien schuld an (Hgv), Hij komp rechtevoort nog niet (Hol), Wil ie wel ies rechtevoort hierhen komen (Dwij) 2. precies (Zuidwest-Drenthe, zuid) Ik heb rechtevoort een kwartier wark ehad (Rui) 3. tegenwoordig, vandaag de dag (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents zandgebied) Het gebeurt rechtevoort niet meer (Hol), Rechtevoort hew het drok genog met het eerpel potten (Pdh), Zoiets doej revoort niet mèer (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rechtevoort , rechtevoort , 1. eigenlijk, eerlijk gezegd; 2. tegenwoordig.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
rechtevoort , rèèchtevort , bijwoord , rechtstreeks, regelrecht; Cees Robben – Dieje weg (...) die rèèchtevort naor ’t geboer van de Van de Braante lopt... (19791102)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
rechtevoort , rèèchttoevort , bijwoord , rechtdoor, recht vooruit, rechtuit, zoals het hoort; Ge lópt mar rèèchttoevórt - Je loopt maar rechtdoor. De Wijs – (Gehoord zomaar op straat) Rechttoevôrt, dè’s duidelijk, mar rij bij Sjaane d’n hoek om, dès misschient onbekend mar vraog ’t mar 'ns, waant iederandeen kent Sjaan van de hoek! (10-03-1967); De Wijs – T’is nie rechttoevoort, ’t is ammaol lôos (24-02-1966); Stadsnieuws - rèèchtoevort nor hèùs èn onderweege nie sèmmele (021108); Jan Naaijkens - Dès Biks (1992) - 'rèèchttoevórt' altijd maar rechtdoor; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - bijw. (verb.) 'rechttoevoort' - eerlijk, oprecht (bv. bij het kaartspelen); WNT RECHTEVOORT 3) Nu ter tijd, tegenwoordig. In alg. taal verouderd, in de gewest. omgangstaal echter nog zeer verbreid (opgegeven voor N.- en Z. Holl., Utr., Geld., Ov. en W-NoordBrabant. Z.a. XII III 1 kol. 594
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal