elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rottig

rottig , rottig , vgl. schaverottig.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
rottig , rottig , besmeurd, bemorst, smerig, vuil. - Moar i kon niewers terech omdat i dʼr zoo rottig uetzag, Verl. Z. – Gerhardt. Blĕf van me lijf, met die rottige vingers! Een rottige boel, een smerige boel. Rottige taal, vuile taal, vuilbekkerij.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
rottig , rottig , naar, akelig Ik vuul me rottig Ik voel me ziek.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
rottig , rottig , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , in de zegswijze jij benne ók niet rottig, al beurs je wat, jij durft nogal wat te vragen, een hoge prijs te bedingen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
rottig , rottigig , bijvoeglijk naamwoord , Enigszins rot(tend). | Deuze loikt rottigig, maar is ’t niet.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
rottig , röttig , rötterig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , Ook rötterig. Var. als bij rot = 1. rot Tegen het veurjaor worden de eerappels rötterig (Zui), Wij hebt röttige èerdappels, ze bint totaal verröt (Wes), Het stinkt er rotterig naar verrot spul (Ruw) 2. slecht Het is een röttige tied (Ros), Het is gien rotte kerel (Hol), Het is een rötterig zaokien, het stinkt van ale kaanten (Rol) 3. gemeen Dei rött(er)ige jong, as ik dei in de vingers kriege! (Bov), Dat is een rotterige streek, die aj uuthaald hebt (Zdw) 4. dom Hie is nog niet zo rötterig (Sle), Hij is lange nich rottig, hij kan het nog wied brengen (Bco) 5. ziekelijk of teringachtig (dva), z. ook röt II en verröt
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rottig , rotteg , bijvoeglijk naamwoord , beroerd, vervelend Da’s behoorlek rotteg Dat is heel vervelend
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal