elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rouwkrakeling

rouwkrakeling , rouwkrakelingen , zeer grooote krakelingen - ‘de Enakskinderen van hun geslacht’ (van Rijn, Tekantjes 36) -, welke vroeger bij begrafenissen, na terugkomst in ’t sterfhuis, genuttigd werden (V. en Vl. 229) en - door huisbedienden in een baliemand - aan sommige personen (‘met name aan de Geestelijken’: Mr. Jacobus Scheltema, Geschied- en Letterk. Mengelwerk IV. II. 202) aan huis rondbezorgd. Dit laatste, t.w. dat bij mijn Vader, toen nog predikant, rouwkrakelingen werden bezorgd, herinner ik mij persoonlijk, doch ook maar van één enkelen keer (begrafenis Mr. C. W. J. Baron van Boetzelaer v. Dubbeldam, 1872). Verg. Broers-Wagenaar, Utrecht (1909), blz. 160.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal