elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: scharmaaien

scharmaaien , scharremaaien , (intransitief werkwoord) , zwaaien, in het wilde schermen. Een paard scharremaait als het de beenen in eene buitenwaartsche rigting beweegt. Hij scharremaait met armen en beenen, zegt men van iemand die snel loopende tevens met de armen slingert en zwaait.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
scharmaaien , scharmantjen , scharrelen, moeilijk en toch met drift loopen, als bv. van iemand die zich verlaat heeft; endêln kwam hij d’r an scharmantjen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
scharmaaien , schêrmaien , met de armen om zich heen maaien, er mee schermen. Wordt ook van redenaars gezegd die bijzonder veel gebaren maken. Noord-Hollandsch scharmaaien = in het wilde omschermen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
scharmaaien , scharremaaien , (zwak werkwoord, intransitief) , Daarnaast scharmaaien. Een zwaaiende beweging maken, met armen en benen, of met enig ander voorwerp. || Hij scharremaait mit armen en bienen. Kijk dat peerd ers scharremaaien (als het de poten in buitenwaartse richting beweegt). Wat loop-je weer te scharremaaien, hou je armen stil. Scharmaai niet zo mit die wandelstok. – Evenzo verderop in N.-Holl. (BOUMAN 91) en elders. Het woord is samengesteld uit het verouderde ww. scharren, heen en weer schuiven (vgl. ook scharrebenen, DE JAGER, Freq. 1, 562), en maaien, in de zin van de armen bewegen als een maaier.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
scharmaaien , scharremaaien , Muilvechten en scharremaaien, Broers, Utrecht1, 10. Verg. Wdb. XIV, 285: Scharmaaien.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
scharmaaien , skarremaaie , werkwoord , 1. De benen in buitenwaartse richting bewegen. 2. In het wilde weg zwaaien, schermen. Het woord is een koppeling van skarre = schuifelen, slingeren (vgl. Nederlands scharen, bv. van een oplegger) en maaie = maaiende bewegingen maken. Vgl. het N.E.W. onder scharmaaien.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal