elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: sloeg

sloeg , sloechie , een klein, onverwacht winstje; ’n oarig sloechie. Moet wellicht tot sloeken (= slikken) gebracht worden.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
sloeg , sloeg , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Slag; alleen in het kaartspel. || Kijk es, wat ’en sloeg! Dat’s ’en mooi sloechie. – Ook in Amstelland en Utrecht.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
sloeg , sloeg , (bijvoeglijk naamwoord) , Slaperig, mat. || “Ben-je niet lekker?” “Och, ik ben ’en beetje sloeg.” Kleine Trijntje wordt wat sloeg. – Evenzo in Friesl. (WASSENBERGH 94; O. Volkst. 2, 179); in Gron. meer neerslachtig, stil, lusteloos (MOLEMA 382).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
sloeg , sloeg , slag, snaai, slaatje, winst. Een mooie sloeg, een belangrijke winst (bij ʼt spel, in een onderneming enz.).
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
sloeg , sloeg , sloef, slof , bijvoeglijk naamwoord , Beslagen, klam, klef. || De glaze benne sloeg. Vgl. Fries slûch.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
sloeg , sloeg , sloef , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook sloef (Zuidwest-Drenthe, zuid) = lusteloos, niet erg fit, suffig Ik binne vandaege neet zo lekker, ik vule mij sloeg (Die), Ik geleuve det ie gisteraovend aordig an de pumpel ewest hebt, ie bint zo sloef vandage (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
sloeg , sloeg , bijvoeglijk naamwoord , 1. slaperig, lusteloos 2. zonder pit, suffig 3. (van planten) slap neerhangend 4. in sloeg stro hetz. als sloekstro
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal