elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tegenspartelen

tegenspartelen , tegensporten , tegenspartelen, zich verzetten. - Niet tegensporten! laot je nou zoet in je keeltsie kijke!
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
tegenspartelen , tegensparteln , zwak werkwoord, onovergankelijk , tegenspartelen Hai spartelde nog wat tegen, mor het holp niks (Twe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal