elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Twijnstraat

Twijnstraat , Twijestraot , (twij-e-, tweelettergrepig), Achter Twijestraot. Is de Utrechtsche bevolking dit blijven zeggen, of heeft het onhistorische, op stadhuisbureauʼs uitgedachte Twijnstraat , van het hedendaagsche straatbordje ingang gevonden? De beteekenis van den naam (waarnaar op allerlei wijzen is getast en gezocht: verg. ook de schrijfwijs: ʼt Wystraat en ʼt Weistraat), t.w. dubbele straat; aan beide zijden met huizen bebouwde straat (langs een gracht) heeft de oud-burgemeester C. Booth al aangewezen in een geschrift (ongedrukt), waar Van der Monde (Straten enz. v. Utrecht I, 285) uit aanhaalt: ‘Die Twistraete, de Twystraet, quasi Tweestraat, omdat het dʼoudste en de eerste dubbele strate is op dʼoude Gracht.’ Verg. ook A. van Buchell, Traiectie Batavorum Descriptio in de opnoeming der voornaamste straten: Via Larga (vel gemina), met een noot in ʼt hs. Twyestraat; van B. twijfelt dus triszles, wijde straat en dubbelstraat; zie Bijdr. en Meded. Hist. Gen. Utr. 27, 222. - Van der Monde, a. w. 3, 163 gebruikt ‘tweestraat’ als nom-appellat.: ‘De zoogenaamde dubbele of tweestraten, waarvan er vier binnen deze stad aanwezig waren’ (t.w. de Lijnmarkt, Snippevlucht, Donkere Gaard en Twijstraat). Verg. het tegenovergestelde in Enkelstroth, een nederd. geslachtsnaam.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal