elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wenken

wenken , wenken , in de beteek. van: ergens heenzien, in zekere richting kijken. Sprw. Daar hij wenkt schiet hij niet = niet voor zijne meening uitkomen, zijne ware meening verbloemen, niet goedrond zijn, Gron. Hij smit nijt doar hij wenkt.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
wenken , wenken , Ik heefem) gewonke.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
wenken  , winke , winke , wink, winks, wink, wônk, gewônke , wenken, wuiven.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
wenken , weanken , wöönk, ewöönken , wenken
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
wenken , wenke , winke , werkwoord , Wenken. De vervoeging luidt: wenke – wenkte/wonk (verouderd) – wenkt/wonken (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
wenken , wénke , wénkde, haet gewénk , wenken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
wenken , wenken , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. wenken Hij wenkte dat e in hoes mus kommen (Pdh), Hie steeit veur het glas te wenken daj kommen moet (Eex) 2. mikken (wp, wm) Daar hij wenkt, schiet hij niet op hem kan men geen staat maken (wp), of: zijn ware mening verbloemen (wm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
wenken , wenken , wenken
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
wenken , winken , wenken , werkwoord , wenken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
wenken , wenke , werkwoord , wenk, wenkte, gewenkt , wenken
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
wenken , weenke , werkwoord , weenkde, geweenk, weenkenterre , wenken , VB: 'r Weenkde nao mich meh ich begriëp neet wat 'r mengde.; wuiven VB: 'r Blèf mer op hëur weenke pês ze d'n driej öm wäor.; zwaaien VB: 'r weenkde nao mich meh ich wis neet good wat 'r mengde.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
wenken , winke , winktj, winkdje, gewinktj , 1. wenken 2. zwaaien , Ich winkdje ’m óm te kómme.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
wenken , winke , werkwoord , winktj, winkdje, gewinkdj , 1. wenken 2. zwaaien ten teken van een groet; mèt de sjeurdäör winke – iets overduidelijk laten blijken ook zwejje
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
wenken , wînke , werkwoord , wînktj, wînkdje, gewînktj , wenken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
wenken , wènke , sterk werkwoord , wenken; B wenke - wónk - gewónke
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
wenken , winke , winkde – gewink , wenken
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal