elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achterland

achterland , [bezitting, rijkdom] , achterland , (onzijdig) , achterlanden , bezitting, rijkom, geld. Er is nog achterland, er is meer land dan gij hier ziet, er is nog land achter dit land. De zin is: er is nog meer dan dit, er is voorraad.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
Achterland , Achterland , Achteland , Dit is de naam, dien men in de IJselstreken geeft aan Twente en de Graafschap.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
Achterland , Achterland , Achteland , Dit is de naam, dien men in de IJsselstreken geeft aan Twente en de Graafschap.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
achterland , achterland , zelfstandig naamwoord ’t , De achter de boerderij gelegen landerijen. Zegswijze deer loit (zit) achterland, daar zit geld, daar is de kans op een rijke erfenis of op een goede carrière.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
achterland , achterland , achterlaand , (Kampen) achterland. Ook: achterlaand (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
achterland , achterland , De Graafschap en Twente. In ’t Achterland bint ze lange niet achterlijk.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal