elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: azeling

azeling , [gedeelte van een hooiberg] , eseling , (vrouwelijk) , eselingen , als het opgetaste hooi aan het vee vervoederd wordt, neemt men eerst een vierde, of nog kleiner gedeelte van den berg, hetwelk dagelijks met de hooigraaf of spade in het vierkant wordt afgestoken, zulk een gedeelte noemt men een eseling, het geheel bestaat dus uit 4 of meer eselingen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
azeling , eiseling , eesling , eiseling (Ommelanden); gedeelte, klomp, wat van eene klamp hooi wordt afgestoken. (van Halsema: eesling, een afgedeelde stapel ofte hoop (wordt gezeid van hooij en koorn in de schuir.)).
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
azeling , eseling , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , zie ezeling.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
azeling , ezeling , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Daarnaast te Assendelft soms nog êseling. Afgestoken stuk van een hooiklamp of hooiberg. Als de boer begint te voederen, steekt hij een vierdepart of een kleiner stuk van de berg af. Van deze êzeling wordt dan dagelijks met de hooigraaf zoveel afgespit als er nodig is. ‒ Evenzo elders in N.-Holl. (BOUMAN 25: eseling.) Eseling is de N.-Holl. vorm van een Ned. *azeling, en hangt samen met azen, voederen; vgl aas.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
azeling , eizeling , ezeling , zelfstandig naamwoord de , Afgestoken of afgescheiden deel van een hooiberg of –klamp, veelal een vierde gedeelte of minder. Het woord behoort bij eis = aas en eize = azen, voedsel zoeken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal