elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bakker-an

bakker-an , [ten einde raad] , bakkeraan , bakkeran. Hij is bakkeraan, hij zit in de klem, hij kan zich niet meer redden, hij is ten einde raad, de schotel is door den oven.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
bakker-an , bakkeran , (met den klemtoon op: an), in: hij ’s bakkeran = hij is door de politie betrapt en moet boete betalen. Ook = de beest geworden, in ’t kaartspel. Zooveel als: bak-er-an, en dus zooveel als: hij is er aan gebakt, zit er aan vast = zit ’r an, ondervindt de gevolgen zijner handeling. Ook elders in ons land, zie Laurillard, Bijbel en Volkstaal bl. 34. Friesch: Hij is bakker-oan (geverbaliseerd). Zie: bakken 1.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bakker-an , bakkeran* , algemeen Nederlandsch in het dagelijks leven. Laurillard (Bijbel en Volkstaal, bldz. 34) denkt aan Farao’s bakker, die gehangen werd.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
bakker-an , bakkeran , (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied), in bakkeran wezen de klos zijn Ditmaol hej oe wel vergist, mien jong, nou bi’j bakkeran (Hgv), Aj een leeg nummer trökken mit ʼtt lotten veur de dienst, dan waaj bakkeran (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal