elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bapje

bapje , bapje , (onzijdig) , bapjes , babje, slabdoekje voor kinderen. Deze bapjes, slab- of morsdoeken waren verschillend van kleur en vorm; de kinderen werden er al vroegtijdig mede opgeschikt, en het duurde lang voor zij er van ontslagen werden. Ik zag ze meermalen in mijne jeugd, ook door vrouwen en wel voornamelijk oude vrouwen dragen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
bapje , bapje , zelfstandig naamwoord ’t , Slabbetje (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal