elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: belezen

belezen , belezen , (transitief werkwoord) , bespreken, bezweren, betooveren, een ongemak of ongesteldheid door geheime bestrijking en het prevelen van geheimzinnige woorden genezen. Een overblijfsel van het bijgeloof van vroegere dagen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
belezen , [een bezwering of liturgische tekst uitspreken] , belèzen , (sterk werkwoord) , door het uitspreken van tooverformules iemand van eene ziekte genezen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
belezen , beleazn , werkwoord , onttoveren, door prevelen genezen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
belezen , belezen , bijvoeglijk naamwoord , belezen Hie is aordig belezen, hie hef ok een kast vol boeken (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
belezen , belezen , (Gunninks woordenlijst van 1908) door het lezen van toverformules genezen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
belezen , belèèzn , beïnvloeden, overreden. Hie wil mien met zien gepraot belèèzn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
belezen , belaezen , bezweringen uitspreken (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
belezen , belaeze , bijvoeglijk naamwoord , belezen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal