elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dikkerdje

dikkerdje , [koek] , dikkerdje , (onzijdig) , dikkerdjes , een smalle strook koek, een schellings dikkerdje, een drie stuivers dikkerdje.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
dikkerdje , dikkerdje , zelfstandig naamwoord ’t , Ook: ouderwets soort dikke, zoete koek.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal