elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dukdalf

dukdalf , dikdalf , (mannelijk) , dikdalven, dikkerd, dubbeld, dubbeldalf, dik, lomp, zwaar, dat is een dikdalf. Zwaar paalwerk diendende tot beschutting van sluizen enz. noemt men dikdalven of dukdalven, en wil dit woord afleiden van Duc d’ Alve, d.i.: hertog van Alva. Men zou hier misschien ook evenzoo de afleiding kunnen zoeken in: dikdelven, als uit een stuk gedolven.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
dukdalf , dikdalver , dikdalf , zelfstandig naamwoord de , Dik, log persoon.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal