elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: feeks

feeks , feeks , (vrouwelijk) , feeksen , helhaak, een kwaad wijf, een vischteef; de naam, die juist niet malsch klinkt, zal misschien wel blijven bestaan, zoo lang er feeksen zijn.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
feeks , feekse , (vrouwelijk) , feeksen , [weinig gebruikelijk] feeks.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
feeks , fikke , (vrouwelijk) , [weinig gebruikelijk] feeks.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
feeks , feekse , fikke , (vrouwelijk) , feeksen , feeks.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
feeks , fekke , fikke , boosaardig, hatelijk vrouwspersoon, feeks; ’t is ’n fekke, dat wief = die vrouw is een rechte feeks; Friesch fekke, booze fekke. Oud-Noorsch fekk, Zweedsch fick = tast, greep, van fâ = vangen, vatten; aldus kan fekke zijn: die gereed staat om de handen naar een ander uit te steken.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
feeks , fikse , Feeks.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
feeks , fik , zelfstandig naamwoord de , Bazig meisje of vrouwspersoon, feeks (verouderd). Vgl. Fries fikke = feeks
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
feeks , fèèkse , bijdehante vrouw.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
feeks , feeks , feekse , feeksen , Ook feekse (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, veengebieden Oost-Drenthe) = helleveeg Feeksen binnen, volgens de mannen hier, maisttied getrouwde vrouwen (Vtm), Dat wief is een aordige feeks (Eli), Foj, wat is dat ja ’n feeks, daor moej mor met trouwd weden (Eex), van een meisje: Wat is dat een klein feeksien, der zit duvel in (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
feeks , feekse , fiekse , (Kampen) feeks. Ook: fiekse (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
feeks , fèèkse , feeks.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
feeks , feekse , (zelfstandig naamwoord) , feeks, helleveeg.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal