elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: galgenmaal

galgenmaal , [laatste maal] , galgemaal , (onzijdig) , galgemalen , het laatste maal; zoo noemt men het laatste voeder dat een ter dood verwezen slagtdier wordt aangeboden. Ook zegt men wel tot iemand, die eenigen tijd onze huisgenoot geweest is, en den volgenden dag gaat vertrekken, als hij voor de laatste keer met ons aan tafel zit: “Dit is je galgemaal.”
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal