elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gatenbak

gatenbak , [vergiet] , gatenbak , (vrouwelijk) , gatenbakken , doorslag, vergiettest, een bekend keukengereedschap, dat men soms ook wel gatenpatiel noemt, in plaats van platteel.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
gatenbak , gatebak , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Gatenplateel, vergiettest. || Laat de andijvie wat uitdruipen op de gatebak. – Evenzo in de Beemster (BOUMAN 31).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
gatenbak , gatebak , zelfstandig naamwoord de , Zie gatepetiel.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal