elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hamerslag

hamerslag , hamelslag , eene soort van kleine wolkjes, op kleine keisteentjes gelijkende, ook wel op eene ladder.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
hamerslag , [schilfers verbrand ijzer; type wolk] , hamerslag , (onzijdig zonder meervoud) , eene soort van kleine ronde wolkjes, die zich als keisteentjes in de lucht vertoonen, noemt men hamerslag: vandaar, “er zit hamerslag aan de lucht,” veelal een voorbode van regen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
hamerslag , hamerslag , (zelfstandig naamwoord mannelijk (en onzijdig?)) , In het Ned. is het woord onzijdig; zie de wdbb. – Ook: schapenwolkjes. || Wat zit er ʼen hamerslag an de lucht. "Hamerslag, / Regen met den derden dag." volksrijmpje, ook elders in Holl. bekend. Wellicht heeft men bij het geven van deze naam aan die wolkjes gedacht aan de hamer van de dondergod. – Ook als naam van een perceel grasland te Wormer. || De Hamerslag.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
hamerslag , haamrslag , zelfstandig naamwoord , schapewolkjes
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
hamerslag , hamerslag , zelfstandig naamwoord de/’t , Schapewolkjes in de weerspreuk: hamerslag, regen mit de derde dag, schapewolkjes zijn een voorteken van regen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
hamerslag , hammerslach , schapewolkjes.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
hamerslag , hamerslag , de , slag met de hamer Mit een paor haomerslaogen zat de spieker er huilemaol in (Eco), Het wör verkocht bij hamerslag (Klv), Met een haomerslag sleut de veurzitter de vergaodering (Dro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hamerslag , hamerslag , het , (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe) = 1. hamerslag aan de hemel, schapewolkjes Der zit veul hamerslag an de locht, met drei dagen kriew aander wèer (Sle), ...det is tegen slecht weer (Bro) 2. ribbelig motief Haemerslag op keuper of iezer (Dwi), Dat is een kopern pot met hamerslag (Sle) 3. wegspattende ijzerdeeltjes bij het smeden (Zuidoost-Drents veengebied) Hamerslag heiten de schilfers, dei bie het smeden van het heite iezder ofvallen (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hamerslag , amerslag , (Gunninks woordenlijst van 1908) schapenwolkjes
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
hamerslag , haemerslag , zelfstandig naamwoord , de; 1. klap met de hamer 2. (kleine) schapenwolkjes, vlokkige kleine wolkjes 3. kuiltjes in een oppervlak als motief: aan de oppervlakte van een aanrechtblad, ook in bestek, emmers
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hamerslag , hamerslag , kleine schapenwolken.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
hamerslag , haamerslag , hammerslag , zelfstandig naamwoord , kleine wolkjes (Eindhoven en Kempenland; Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal