elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: happa

happa , [weg, op] , hap , happa , (bijwoord) , op, weg, schuil, een klanknabootsend woord, aan de kinderspraak ontleend.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
happa , happa , weg, verdwenen (gezegd tegen kleine kinderen)
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal