elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hommel

hommel , hommel , (vrouwelijk) , hommels , een weinig bekend snaarinstrument, eenigzins gelijkende op den zoogenoemden noordschen balk. De hommel heeft 10 koperen snaren; de naam is misschien ontleend aan het geluid van de hommelbij.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
hommel , hummelkes , wilde bijen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
hommel , hompel , mannelijk , hompels , hommel. Hompelnust
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
hommel , honnepe , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , honnepn , hommel
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
hommel , homl , zelfstandig naamwoord, mannelijk , homls , domme man
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
hommel , hoemel , hommel, honingbij.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
hommel , hommel , corpulente vrouw Die dikke hommel.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
hommel , hómmel , mannelijk , donder. Hómmel in jannewaarie brink ẹ gout wienjaor: donder in januarie belooft een goed wijnjaar.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
hommel , hoomel , vrouwelijk , hoomele , höömelke , hommel. Dao is ein hoomel in de bös: zij is zwanger.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
hommel , hómmel , doonder.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
hommel , homker , humker, hoemker, hummelk, hummeke, hummeling , de , homkers, hummelkes , (Sch, Pdh). Ook humker, hoemker, hummelk (Zuidoost-Drents zandgebied), hummeke (Zuidwest-Drenthe, noord), hummeling (Zuidoost-Drents zandgebied) = hommel Wij kent grote en kleine homkers (Scho), Der zit en hummelk op de bloemen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hommel , hummel , hömmel, hommel , de , hummels , Ook hömmel (Zuidoost-Drents zandgebied), hommel (Zuidoost-Drents veengebied, Veenkoloniën en Zuidwest-Drenthe, in bet. 1.) = 1. hommel Der zit een hummel achter het gerdien (Bui), Hij hef hummels in de hakken is ongeduldig, vervelend (N:be:Tynaarlo), zie ook hummelk 2. klein kind, hummel Die jong is al twaalf jaor, mor ’t is nog mor zo’n hummeltien (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hommel , ommel , hommel
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
hommel , hommel , hummel , zelfstandig naamwoord , de; hommel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hommel , hommel , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , hommele , hömmelke , hommel , Zw Mèremy, ich heb 'n hommel ién m'n zy (oude zegswijze)
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
hommel , oemel , hommel.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
hommel , ommel , (zelfstandig naamwoord) , hommel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
hommel , hummel , zelfstandig naamwoord, mannelijk , hummels , (Nederweerts, Ospels) hommel
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
hommel , hoemel , zelfstandig naamwoord , hommel; ...as 'n hoemel op 'n blom. (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 10; NTC 3-12-1938)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
hommel , hómmel , hommel
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal