elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hufterig

hufterig , [onaangenaam, rillerig] , hufterig , (bijvoeglijk naamwoord) , grillig, koud. Ik ben hufterig, de koude grillen gaan mij door de leden, het is hufterig weer, koud en nat. Hij ziet er hufterig uit, het is eene hufterige zaak. ’t Woord is eene verbastering van huiverig.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
hufterig , hufterig , (bijvoeglijk naamwoord) , Huiverig; in verschillende opvattingen. Evenzo elders in N.-Holl. (BOUMAN 45). – a) Rillerig, door koude of koorts. || “Ben-je niet goed?” “Och, ik ben alleen wat hufterig.” Wat zien-je der hufterig uit. – b) Huiverig makende, koud. || Wat is ’et vandaag hufterig weer (als het koud en nat is). ’t Is hufterig in de kamer. – c) Vreesachtig. || Ik ben wat hufterig om zaken met ’em te doen (van een wrakke klant). Wees nou niet zo hufterig. – d) Huiveringwekkend, netelig. || Dat’s ’en hufterige zaak. – Zie hufteren.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
hufterig , hufterig , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , 1. Huiverig, rillerig, koud. | Ik vind ’t hier maar hufterig. 2. Zich als een hufter, een pummel gedragen. | Doen toch niet zô hufterig. Vgl. Fries huftich.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
hufterig , hufterig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , als een hufter Man dou nich zo hufterig (Nsch)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hufterig , hufterig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , op de manier van een hufter, van een onbeschofte persoon
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal