elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: iewelig

iewelig , [fijngevoelig] , iewelig , (bijvoeglijk naamwoord) , fijngevoelig, kittelig. Het paard is iewelig, het slaat of bijt ligt als men het op de gevoeligste plaatsen aanraakt.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
iewelig , iewelig , (bijvoeglijk naamwoord) , Gevoelig, kittelig; van paarden (de Wormer). || Wat is dat paard iewelig; ’et slaat en bijt als je ’em effen kietele (kietelt). – Evenzo in de Beemster (BOUMAN 47). – In Drechterland ook van mensen die geen gekittel kunnen verdragen. || Ze is zo iewelig; ze ken niet velen dat je ’er vrinden zoekt (haar onder de arm kietelt). – Vgl. MEYER, Oude Ned. Spreuken 23: “Tis wel iewelick (naar) mit my, seyde die bruydt, doe schreyde sie vast”. Zie Mnl. Wdb. III, 803.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal