elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inkret

inkret , [afval van varkensvlees] , inkrat , (onzijdig zonder meervoud) , inkruid, afval van varkensvleesch, kluifjes, schonkjes en bonkjes.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
inkret , inkret , (in-kret, met hoofdtoon op in) , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Afval van een geslacht varken, schonkjes en bonkjes; ook het buikspek van een varken (de Wormer). – In de Beemster kent men inkrat in de eerstgenoemde betekenis (BOUMAN 47). Vroeger was het woord in N.-Holl. gebruikelijk in de zin van ingewand, in het bijzonder de edele delen, blijkens HADR. JUNIUS, Nomencl. 23a, waar vitalia: cor, pulmo, cerebrum, jecur, vitae instrumenta vertaald wordt door incrijt. Het gelijkluidende artikel in-krijt bij KIL. zal wel aan JUNIUS zijn ontleend. – De afleiding van het woord is onzeker. Op dezelfde wijze zijn gevormd de synon. woorden ingewand, ingeweide, Mnl. ingewade, ingedoemte, ingedarmte, inadere, Ofri. en Mnd. ingerif, dialect. Hgd. ingerät. – Vgl. ook Mnl. Wdb. II, 1492 op gerat (2de art.).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
inkret , inkret , inkrat, inkruit , zelfstandig naamwoord ’t , Afval van een geslacht varken, zoals de kop met oren en kinnebak, de poten, de nieren, de lever enz., hetgeen bij elkaar in een kuip onder de pekel bewaard werd. Vgl. Boek. onder inkret.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal