elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inwaarts aan

inwaarts aan , [binnenwaarts] , inverdan , (bijwoord) , binnenwaarts, naar binnen overhellende. Die muur hangt inverdan, de weg gaat dan eens inverdan en dan weer naar buiten. Het woord inverdan komt van inwaard aan. Zie op uitverdan.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
inwaarts aan , inverdan , inwaardaan , (invǝrdan, met hoofdtoon op an) , (bijwoord) , Uit inwerdan, inwaard-an, inwaard-aan. Inwaarts, naar binnen, dieper in. || Ons huis staat inwerdan (niet vlak aan de weg, maar wat dieper in). Slaan die spijker wat meer inverdan. Wat hangt die weeg (muur) inverdan. – Evenzo in de Beemster (BOUMAN 47).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
inwaarts aan , inverdan , bijwoord , 1. Niet aan de weg gelegen, landinwaarts, afgelegen. | Hai weunt puur inverdan. 2. In de verte. | Heêl inverdan zag ik de bus ankomme. Het woord is ontstaan uit inwaard aan = inwaarts aan.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
inwaarts aan , [hierheen] , inverdan , in deze richting, hierheen.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal