elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: jaap

jaap , jaap , (mannelijk) , jaapen , groote snede. Hij heeft in zijn vinger gejaapt; ergens op in japen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
jaap , jaap , (mannelijk) , japen , snede.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
Jaap , [jongensnaam] , Jaop , Jacob , Jaap.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
Jaap , Jaap , mansnaam. Zegsw. Deer (daar) hoor ik je, zei dove Jaap, en der kwam ’en vlooi de trap of. – Evenzo in Friesl., maar met het slot: dô roun er in lûs op ’e souder.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
jaap , iäpse , vrouwelijk , een wilde meid. Ne weelde iäpse.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
jaap , jaap , zelfstandig naamwoord de , Ook: 1. Flinke snee of wond. | Hai het puur zô’n jaap in z’n duim. 2. Klein kussentje (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
Jaap , Jaap , mannennaam, in de zegswijze oume Jaap ’n hand geve, (buitenshuis) een plasje doen, urineren.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
jaap , japse , jaapse , flinke snee.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
jaap , japse , flinke snee.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
jaap , jaap , jaop, japs, japse, jipse , de , japen, japsen, jipsen , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook jaop (Midden-Drenthe, Veenkoloniën). In bet. 1 ook japs (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, noord, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe), japse (Zuidoost-Drenthe) = 1. flinke, diepe snee Hij lop mit een jaap over het gezich (Bov), Hij kreeg toch een jaap over de wang (Hoh), Het mes is hum uut eschèuten, hij gaf zich een beste jaap deur zien haand (Hgv), Gisteraovend hef e ’n flinke japs, ...japse over het gezichte kregen (Pdh), Hij haar een gaoje japs in de vinger (Row) 2. groot, dik persoon (Zuidoost-Drents zandgebied) Het is een jaap van een meid (Sle); jipse (Zuidwest-Drenthe, noord) = snee Onverziens kuj een malle jipse oplopen (Smi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
jaap , jaap , 1. diepe snee; 2. alles wat groot is in zijn soort
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
jaap , japse , diepe snee
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
jaap , jape , grote snee. Wat heb ie ’n grote jape in de hand.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
jaap , jaap , zelfstandig naamwoord , de; jaap, snee
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
jaap , jape , (zelfstandig naamwoord) , diepe snijwond, jaap.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
jaap , japse , snee.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
Jaap , Japie van alle weke , vroeger kwam op gezette tijden een handelaar langs de huizen met paard en wagen, later met een kar. De kar was volgeladen met serviesgoed. De verkoper riep dan: Hier is Japie van alle weke, la de kindere de boel maar breke!
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
jaap , jaop , zelfstandig naamwoord , gebakken bokking; Ed Schilders in 'Tilburg Plus' 17-7-2008: Visboer op Broekhoven, rond 1930: 'Hier is Jáááp'. Men at dan 'gebakken jaap' oftewel 'jaop'.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal