elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kadodder

kadodder , kadotter , (vrouwelijk) , kadotters , dotter, kale-dotter, jonge spreeuw.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
kadodder , kalkedodder , kalkedotter, kalekadodder, kalekadotter , zelfstandig naamwoord de , Pas uitgebroede vogel, bv. een duif of spreeuw. Het woord is eigenlijk een koppeling van kale en kadodder. Zie voor de mog. herkomst van kadodder het N.E.W.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kadodder , kadot , de , kadotten , (Veenkoloniën) = sufferd
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kadodder , kedodde , kadodde, kadot, kedot, kadotte, kedotter, kedor , de, het , Ook kadodde (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, ov), kadot (Zuidoost-Drents zandgebied, Veenkoloniën), kedot (Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, Zuidoost-Drenthe), kadotte (Zuidwest-Drenthe, noord), kedotter (bet. 2: Midden-Drenthe), kedor (bet. 2: Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) = 1. ongeboren of jonge, nog kale vogel Een kedodde is een ongeboren vogel (Oos), ...jonge vogel in het ei (Sle), ... ‘bevrucht, maar nog niet uitgekomen ei’ (Schl), De kedodden lagen under de boom jonge kale vogels (Gie) 2. slaap in de ogen (Zuidoost-Drents zandgebied) Hij had de kadodden nog in de ogen (Pdh) 3. kern van een ettergezwel (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) As het kedot er mor eerst oet is zeden ze as ze een bloudvin hadden (Zey), zie ook bij dodde I
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kadodder , kedodder , zelfstandig naamwoord, mannelijk , kedodders , kedodderke , mens, klein
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal