elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kamizool

kamizool , kammezool , Hemdrok of Camizool.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
kamizool , kamizool , (onzijdig) , kamizolen , Vroeger droegen de mannen lange kamizolen, met lange mouwen en diepe zakken; later nam men de mouwen weg, maakte het lijf korter en de naam kamizool werd vervangen door: vest.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
kamizool , kamzool , kort lakensch bovenbuis, en, in ’t algemeen = jas = jak (Ommelanden); ’t zōl d’r om goan, zij trokken ’t kamzool al oet, bv. om te vechten, te hardrijden, enz. Zoo: onderkamzool = vest, Zuid-Limburg kammezoōl. Oostfriesch kamsêl = jak, jas, soort van overhemd, blouse; Celtisch camisia, Fransch chemise = hemd. (v. Dale: kamizool = eene soort van borstrok, vest, buis, zonder mouwen.) (Zeker kroeghouder te Warfum zeide eens zeer openhartig en tevens teekenachtig, op een zomermorgen te 4 uur, tegen zijn buurman: “de boerenjonges trekken ’t kamzool al weer veur mie oet”, dat is zij gaan aan den arbeid, enz.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kamizool , kamizool , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , vgl. kletskamizool.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kamizool , kamzool , buisje, V, 8.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
kamizool , kammezaol , kamizool. Verkamizööle, een pak ransel geven.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kamizool , kammezoal , v , vrouwenhemd, onderrok.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kamizool , kamzool , jas
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
kamizool , kamezaol , onzijdig , kamezaole , kamezäölke , kamizool, vest met lange mouwen; vest.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kamizool , kamzool , kammezool, kammizool, komzool , het , kamzolen , (Kop van Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents zandgebied). Ook kammezool (Zuidwest-Drenthe, noord, Zuidoost-Drents veengebied), kammizool (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord, Midden-Drenthe, Veenkoloniën), komzool (Zuidwest-Drenthe, noord) = 1. kamizool, kledingstuk voor dames, soort wollen borstrok, ook lang vest met mouwen (Zuidwest-Drenthe, zuid) Ik heb mie een neie kammizool braaid (Eco), De vrouwlu hebt een kammizool an (Gro) 2. (zware) korte jas (Zuidwest-Drenthe, Kop van Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) Zo ik zal mien kam(me)zool mar ies weer uuttrekken (Rui), Een kamzool is een kort jasje met dubbele rij knopen en knoopsgaten, met lange mouwen en om de polsen gesloten, met knoop en knoopsgat (Ruw), ...is een kort jazzie zunder slippen van dik goud meisttied met een ferweilen kraog (Row), Oonze knecht hef een nei kammezool werkjas (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kamizool , kammezool , kammezole, kammizool, kammezooltje , zelfstandig naamwoord , de; vrouwenhemd met ronde hals en zonder mouwen, met name van interlock of katoen, later ook door kinderen en mannen gedragen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kamizool , kammezol , zelfstandig naamwoord onzijdig , kammezolle , kammezölke , kamizool , (fr. 'camisole') Zw: 'nne kammezolle: iemand een aframmeling geven.; vest kammezol (fr. 'camisole') Zw: 'nne kammezolle: een pak slaag geven.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kamizool , kammezaol , (mannelijk) , kammezäöl , kammezäölke , (Frans) 1. borstrok 2. vest met lange mouwen 3. kolos , Vreuger droge ze inne wintjer ei kammezäölke.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kamizool , kammezaol , zelfstandig naamwoord , kammezaols , kammezäölke , 1. zweethemd, borstrok 2. vest 3. sukkel (Frans: camisole)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kamizool , kammezoeël , zelfstandig naamwoord, onzijdig , kammezuuël/kammezuuëlkes , kamezuuëlke , vest met mouwen, lang; kammezuuëlke (verkleinwoord) damesborstrokje
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
kamizool , kammezäöl , persoon (omvangrijk)
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal