elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kier

kier , kier , (mannelijk) , kieren , sleuf, smalle opening. De deur staat op een kier. Haar mond staat altijd open of op een kier.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
kier , kier , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Zegsw. Iets in de kieren hebben (of krijgen), iets in de gaten, in het oog hebben, erg hebben in iets. || Ik heb ’et wel in de kieren, dat ze daar kattekwaad doene. Toe-i dat in de kieren kreeg, was-i niet te houwen. – Kier zal hier wel genomen zijn in de zin van oogspleet, d.i. dus oog.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kier , kiere , zelfstandig naamwoord meervoud , in de zegswijze in de kiere hewwe, in de gaten hebben. Eigenlijk in de kieren of spleten van de ogen hebben, uit de ooghoeken waarnemen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kier , kiere , kier, spleet.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
kier , kier , kiere , de , kieren , Ook kiere (Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe) = 1. kier Aj eerder de aolde hoezen haren daor zat nog wal ies een kier in de zolder (Hijk), Ik kun alles heuren want de deure stund op een kiertien (Bro), Der zit een aordige kier under die deur het tocht er aaid underdeur (Sle) 2. (Zuidoost-Drents zandgebied), in Hie stiet aaid op een kier te loeren op een afstand, verdekt opgesteld (Dal), Hie stiet altied um ’n kiertien te kieken om een hoekje (Bor)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kier , kiere , kier , zelfstandig naamwoord , de; kier, met name inzake een raam of deur
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kier , kiere , (zelfstandig naamwoord) , kier, reet.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal