elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klanderen

klanderen , [glanzen] , klanderen , (transitief werkwoord) , glanzen, glad maken. Vroeger zond men de kleedingstukken, die geglansd moesten worden, naar den klander, of lekte ze zelf met den leksteen; nu weet men hier noch van klanderen, noch van lekken. Zie verder op dat woord.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal