elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: knispelen

knispelen , [slap melken] , knispelen , nispelen , (transitief werkwoord) , slap melken, niet goed doormelken. Met duim en vinger melken, terwijl de volle hand noodig is. Hij knispelt maar, d.i. omdat hij met te slappe handen melkt, maakt hij dunne melkstralen, de koe trekt zoo doende de melk terug, en, in plaats dat de melk in den emmer schuimt, gelijkt het meer op portel. De boer, die graag eene handbreed schuim op de melk ziet, is dat geknispel spoedig moede en berispt den melker, “omdat hij schuimende melk maar geen portel verlangt.” Zie portel.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
knispelen , knispele , nispele , werkwoord , Slapjes melken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal