elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: koehooi

koehooi , [hoeveelheid hooi] , koe hooi , (onzijdig zonder meervoud) , 5000 oude ponden hooi. In den regel rekent men als wintervoeder voor ééne koe 5000 halve ned. ponden voldoende: op die berekening berust ook het verkoopen bij het koe hooi.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
koehooi , koehooi , (met klemtoon op hooi) , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Geen meerv. De hoeveelheid hooi, die toereikend geacht wordt voor de wintervoeding van één koe. Men rekent een koehooi des zomers, zoals het hooi van het land komt, op 5000 pond of 2500 kg. Des winters, als het is gedroogd, weegt het 4000 pond. || We hebben vier koehooi binnen ’ekregen. Hoeveul vraag je veur ’et koehooi? Tot beloning van de hooistekers zal elk ingezetene, die hooi opdoet, aan de hooistekers voldoen 4 stuivers van elke 5000 pond of van ieder koehooi, Hs. keur (a° 1816), archief v. Jisp. Een koehooy is 4000 pond; een schat (d.i. geschat, bij raming bepaald, niet gewogen) koehooy is 7 voeten hoog, 7 voeten breet en 14 voeten lang (O.-Zaandam, a° 1771), Advers. Oostwoud, f° 283. – Evenzo elders in N.-Holl. || Aan de … Hoyschatters over de Beemster sal werden gegeven een gelijke Mate, bestaande in een Roede … van twaalff Voeten, yder Voet twaalff Duymen, Rijnlandsche Mate lank, sulcx dat ses van de voorsz. Voeten vierkant, deselve twaalff Voeten hoogte voor een Koe-Hoy sal werden gerekent, Beemster-lands Keuren 87. Vgl. ook BOUMAN 58. Reeds bij KIL. vindt men: “koe hoys, Holl. certa foeni portio, qua stabulationis tempore vacca pascitur”.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
koehooi , koe-eui , hooi voor de koeien
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal