elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kwatten

kwatten , [spugen] , kwatten , (intransitief werkwoord) , spuwen. “Hij laat zich niet op zijn vest kwatten,” d.i. hij laat zich niet overbluffen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
kwatten , kwadden , kwatten , (zwak werkwoord, intransitief) , Daarnaast het meer gebruikelijke kwatten. Spuwen. Zie kwad. || In ’en herreberg kwadden ze zo maar op de grond. Jongen, kwat niet op me goed (kleren). Eerst kwatten de kinderen op der lei en dan fnadderen ze der in om ’et schoon te maken. Ik heb in de ink ’ekwat. Ik heb zo’n droge mond, ik ken wel dubbeltjes kwatten (wat ik spuw is schuim). – Zegsw. Iemand op zijn vessie (vestje) kwatten, hem in zijn eer tasten of beschaamd maken. – Kwatten is ook elders in N.-Holl. gebruikelijk (BOUMAN 62; Taalgids 1, 115).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kwatten , kwatte , werkwoord , Kwalsteren, spuwen. | Bah, loup toch niet zô te kwatten. Zegswijze z’n oigen niet op z’n vessie kwatte leite, niet met zich laten sollen, zich niet laten beledigen. – Ik moet van je kwatte, ik walg van je, ik spuw op je. – Ik zel wel kwatte, ik laat de koop wel aan een hogere bieder. – Hai ken goed van ’m (of) kwatte, hij kan goed van zich afbijten, hij laat zich niet kisten. – Erges mee zitte te kwatten, ergens mee tobben, ergens moeite mee hebben. – Die kwat er ók niet in, die lust het graag, vooral met betrekking tot een borreltje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kwatten , kaatsje , werkwoord , kaatsjde, gekaatsj, kaatsjenterre , fluimen
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kwatten , kwaaiere , spugen, overgeven
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
kwatten , kwaaiere , werkwoord , spugen (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kwatten , kwajjere , spugen, rochelen
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal