elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: motteren

motteren , [motregenen] , motteren , (onpersoonlijk werkwoord) , het mottert, er valt fijne regen, stofregen, het begint te motteren.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
motteren , motteren , (onpersoonlijk zwak werkwoord) , Motregenen. || ’t Begint te motteren. Het mottert ’en bietje. ’t Heb de hele dag al ’emotterd. – Elders zegt men motten in dezelfde zin (VAN DALE); vgl. FRANCK op mot 2.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
motteren , mottere , werkwoord , Motregenen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
motteren , mottern , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Veenkoloniën) = mopperen Most nait aal zo moppern, ...mottern (Vtm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
motteren , mottelen , werkwoord , pruttelen, licht mopperen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
motteren , motteren , werkwoord , zacht regenen, motregen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal