elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: muf

muf , muf , (bijvoeglijk naamwoord) , maf, drem, vunzig. Een huis of stal waar, bij gemis van versche lucht, alles vermuft en bederft heet muf. Zie maf.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
muf , muf , muffer, mufste , muf.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
muf , muf , mof , bijvoeglijk naamwoord , Ook mof (Kop van Drenthe) = muf, niet fris Wij moet dat beddegoed mar ies luchten, het ruukt zo muf (Oos), Die stoet is muf (Dal), Der zit een moffe smaok an (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
muf , muf , muf
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
muf , muf , door vocht bedorven. De rogge is ’n bettien muf ewordn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
muf , mof , bijvoeglijk naamwoord , muf
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
muf , moffig , muf (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
muf , mouf , zelfstandig naamwoord, mannelijk , stof, stuifzand
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal