elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nippen

nippen , nippen , (intransitief werkwoord) , nijpen. Als het nipt en weernipt: dat gaat op het nippertje af, het was maar bij den nipper af.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
nippen , nippen , zie: nietjen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
nippen , nippe , werkwoord , in de zegswijze as ’t nipt en wéér nipt, als het er op aan komt, als de nood aan de man komt. Het woord is een variant van nijpen = knijpen. Vgl. Fries as it nijpt en wer nijpt.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
nippen , nippen , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. met kleine teugjes drinken Het is stark spul, ie mön der allend van nippen (Mep), Hij zit an die borrel te nippen, net of der botten in zitten (Klv) 2. wegschieten van een knikker door met de nagel van de duim over de wijsvinger te schuiven. Ook gezegd van het wegschieten van een papierprop etc. Die de mienste knikkers in het koelegien nippen kun, much ze almaol holden (Exl), Ie mugt niet schoeven, hèur, ie moet hum der in nippen (Hijk), Koelegie nippen is een knikkerspel (Zui), In bepaalde gevallen wordt nippen bij knikkeren als oneerlijk beschouwd: Doempie nippen beetje oneerlijk spel bij kuiltje knikkeren (Eel), Nippen mag niet (Val), (...) een proppien pepier en hij nipte de meister er net mit tegen de kop an (Zdw), De kaarsepitten deur de kaomer hen nippen (Rod) 3. knippen (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) Ze nipte mit de vingers en daor kwamen ze an (Noo) 4. knipperen (Zuidwest-Drenthe, zuid) Hij nipt altied mit de ogen (Zdw), z. ook knippern 5. stotend plagen (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) As een paar kinder mekaar niet best verdraagt, weur der wal ies zegd: Schei oet te nippen (Zwin), Dat veersien met zien scharpe horens mag graog even ein nippen (Anl)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
nippen , nippe , werkwoord , nip, nipte, genipt , [O] dringend nodig zijn; er op aan komen As ‘t nipt dan ken ik ‘t wel doen Als het er op aan komt kan ik het wel doen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal