elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: offeren

offeren , offeren , (intransitief werkwoord) , afwijzen, weigeren. Ik heb het verzoek geofferd; zij zullen het voorstel wel offeren, d.i. van de hand wijzen. Hij offert alles wat men hem verzoekt.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
offeren , offeren , (zwak werkwoord, transitief) , Zie de wdbb. – Ook van de hand wijzen, weigeren (de Wormer). || Dat zou ik maar offeren. Ze hebben dat voorstel ’offerd. “Wil-je die man niet an de kost helpen?” “Dank je, ik offer ʼet.” – Evenzo in de Beemster (BOUMAN 74).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
offeren , offere , werkwoord , Ook: afwijzen, van de hand wijzen, er van afzien.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
offeren , offern , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. een offer brengen Iederiene mot wel ies wat offern veur een goed doel (Nije), Ze geven wel wat, maar het is nog gien offern (Mep) 2. betalen Wij moet nogal wat offern an de kaarke (Die), Hier komen, jong! Aj mit wilt doen, muj ook offern (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
offeren , òfferen , offeren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
offeren , offeren , werkwoord , 1. offeren 2. schenken, afstaan 3. naar de wc gaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal