elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: okseldoek

okseldoek , [lap stof] , hasseldoek , (mannelijk) , hasseldoeken , okseldoek, een driehoekig strookje linnen of katoen dat onder de oksels aan de hemdsmouwen wordt bevestigd. Hassel is hetzelfde als oksel.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
okseldoek , asseldoek , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Okselstuk, de driekante lap linnen of katoen, die onder de oksel in een hemd wordt gezet, tussen mouw en lijf. || Zo’n asseldoek maakt, dat de mouw niet zo licht uitscheurt. Zet er maar ’en asseldoekie in. – Het woord is ook gebruikelijk in Waterland (BOUMAN 39, hasseldoek), in Friesland en Amstelland. Zie assel. Doek heeft hier de zin van LAP.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
okseldoek , hasseldoek , asseldoek, harseldoek , zelfstandig naamwoord de , Okseldoek (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal