elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: omzonst

omzonst , [vergeefs] , sunst , Umme sunst, om niet, vergeefsch. H. d. Um sonst.
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
omzonst , omsonst , (bijwoord) , vergeefs, onnut. Dat is omsonst geweest. Het was een reisje voor den prins. Ik vrees dat zijn poging weer omsonst zal zijn.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
omzonst , ümsons , (bijwoord) , vergeefs.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
omzonst , omsunst , omzōnst, omsonst , (Oldampt, Westerwolde) = omsōnst = vergeefs; om niet; ik bin hier omsunst nijt komen = ik ben hier niet voor niemendal gekomen, ik had met mijne komst eene bedoeling; ʼt is omsunst dat ik hier bin = ʼt is vergeefs dat ik hier gekomen ben, de raize was omsunst; – hij dait dat omsunst = hij verricht dat werk zonder er voor beloond te worden. Bild. om zonst = om niet, te vergeefs; J. de Decker e.a. om zunst = om niet, vergeefs; Kil. omsunst = om niet, gratis; Oud-Hollandsch omzonst = te vergeefs; Oostfriesch umsünst, Hoogduitsch umsonst, Nedersaksisch umsus, Mecklenburgsch umsüs. – ʼt Hoogduitsch sonst = anders, de overtreffende trap van den stam waarvan: zonder, de vergrootende trap is.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
omzonst , omzonst , (bijwoord) , Daarnaast omzunst. Vergeefs. Thans nagenoeg verouderd. || ’t Was alles omzunst. Henlieder Ammiraal liet de Bloedtvendel wel wajen, dan ’t was om sunst, de Maats wilden niet vechten, Reys na de Oost-Ind. 11 r°. – Evenzo nog in de Beemster (BOUMAN 74) en in Gron. (MOLEMA 301); vroeger ook in de schrijftaal. Zie Ned. Wdb. X, 829.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
omzonst , omsunst* , Hoogduitsch umsonst.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
omzonst , umzöönst , tevergeefs, zonder betaling.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
omzonst , umzùens , bijwoord , tevergeefs
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
omzonst , umzonst , vergeefs. [Oef]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
omzonst , om suns , om sunst, om sunt , 1. gratis 2. zonder moeite 3. moeite zonder resultaat
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
omzonst , umsuuns , omsunts, omsons, umsums , bijwoord , (bl:Zuidwest-Drents zandgebied). Ook omsunts (Kop van Drenthe), omsons (Veenkoloniën), umsums (Veenkoloniën) = voor niets Dat heb ik umsums daon (Ros)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal