elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: onbeweeglijk

onbeweeglijk , [onbegaanbaar] , onbewegelijk , (bijvoeglijk naamwoord) , slechtweegs, onbruikbaar. Als de kleiwegen in het wintersaizoen slecht te gebruiken zijn, zegt men hier: het is onbewegelijk, onbegaanbaar.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
onbeweeglijk , onbewegelik , onverweeglik , bijvoeglijk naamwoord , onbeweeglijk
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
onbeweeglijk , onbewèèglijk , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , onbeweeglijk.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal