elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ontschieten

ontschieten , [verwonderen, ontglippen] , ontschieten , (intransitief werkwoord) , bevreemden, verwonderen. Dat ontschiet hem; het zou mij erg ontschieten als dat gebeurde.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
ontschieten , ontschieten , (sterk werkwoord) , Zie de wdbb. – Het zel me ontschieten, ik ben er benieuwd naar. || ’t Zel me toch ontschieten, of ze er om denkt. – Evenzo elders in N.-Holl.; zie Ned. Wdb. X, 1956, 5.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
ontschieten , ontskiete , werkwoord , Ook: 1. Benieuwen. | ’t Zel moin ontskiete of ie nag komt. 2. Verbazen. | ’t Zel me niks ontskiete as ie niet komt. 3. Tegenvallen. | Dat kon je nag welders lillek ontskiete.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
ontschieten , óntsjeite , óntsjoot, is óntsjaote , ontschieten, zie ook: óntgaon. Ich ken ’m waal, meh ziene naam is mich óntsjaote: ik ken hem wel, maar zijn naam wil mij niet te binnen schieten.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
ontschieten , ontschieten , sterk werkwoord, onovergankelijk , 1. ontglippen, ontkomen Dat koppien is mij ontscheuten. Ik kun der niks an doen, het is kepot (Sle), De tied is mij ontscheuten. Hoe late zul het wèen? (Hol) 2. uit het geheugen verdwijnen Hoe zien naeme was, is mij ontscheuten (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ontschieten , óntschoote , ontgaan , M'n mimmórrie gi hard aachterût, t’is me dur de kop geschoote, oftewèl óntschoote, wa is't toch iet. M'n geheugen gaat hard achteruit, het is me door het hoofd geschoten, ofwel ontgaan, wat is het toch erg.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
ontschieten , ontschieten , werkwoord , 1. ontschieten 2. ontvallen (door zeggen) 3. verstrijken (van de tijd)
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
ontschieten , óntsjete , ontschieten, vergeten , Det is mich óntsjoeate.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
ontschieten , ontschiete , sterk werkwoord , ontschieten, uit het geheugen verdwijnen; ontglippen; Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) - et was em óntschooten as en mènneke de biecht (D'16) - reactie op de verontschuldiging 'het was me ontschoten, ik had het vergeten'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal